HomeNieuwsOmrin en de statutenwijziging

Omrin en de statutenwijziging

Publicatiedatum: 13 mei 2020

 

Omrin en de statutenwijziging

Op 14 april 2020 werd onze Gemeenteraad door het College van Burgemeesters en Wethouders geïnformeerd over een voorgestelde wijziging van de statuten van Omrin. De wijziging had betrekking op de procedure van winstbestemming.

De oude situatie was als volgt:

-          Is de solvabiliteit van de onderneming kleiner dan 25%, dan wordt automatisch de winst in zijn geheel gereserveerd (en dus niet uitgekeerd aan de aandeelhouders);

-          Is de solvabiliteit groter dan 25% maar kleiner dan 35%, dan wordt automatisch de helft van de winst gereserveerd;

-          Is de solvabiliteit groter dan 35%, dan wordt automatisch de winst in zijn geheel uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Het voorstel was om het automatisme uit de regeling te schrappen. Uitkering van de winst of van een deel van de winst vindt niet meer automatisch plaats, maar overeenkomstig een besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op grond van een voorstel van de Bestuurder.

Over de onderbouwing van deze statutenwijziging is verwarring ontstaan.

-      In een toelichtende notitie bij agendapunt 3 van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 24 april 2020 wordt verwezen naar een brief van Omrin van 27 maart 2020 over het onderwerp “financiële gevolgen coronacrisis”. In die brief legt de Bestuurder uit dat de coronacrisis voor zo veel onzekerheid heeft gezorgd dat het niet verstandig is de helft van de winst automatisch uit te keren aan de aandeelhouders.

-      In een artikel in de Leeuwarder Courant van 11 mei 2020 noemt Omrin-directeur John Vernooij ook een aantal niet-corona-argumenten. Hij noemde die voor de aandeelhouders zelfs van doorslaggevend belang. (Als niet-corona-argumenten staan in het artikel genoemd

o   een automatische winstbestemming is niet meer van deze tijd;

o   een flexibele winstbestemming is veel verstandiger;

o   een flexibele winstbestemming schept mogelijkheden om rekening te houden met de ambities van het bedrijf.)

Wat betreft de niet-corona-argumenten lichtte Omrin ons desgevraagd toe dat een beredeneerde winstuitkering beter is dan een automatische winstuitkering. Immers, er kunnen goede argumenten zijn om een deel van de winst uit te keren, zeker als de solvabiliteit van de onderneming hoog is, maar er kunnen ook omstandigheden zijn die maken dat het verstandig is een deel van de winst te reserveren, ondanks het feit dat de solvabiliteit van de onderneming hoog is. Bij de bepaling van de winstuitkering moet niet alleen gekeken worden naar de solvabiliteit van de onderneming, maar ook naar andere factoren.

Wat vindt onze fractie daarvan?

1.       Onze fractie vindt het jammer dat in de notitie van 24 april 2020 alleen melding is gemaakt van de corona-argumenten. Nu lijkt het net of de niet-corona-argumenten er pas later bij gekomen zijn.

2.       Het corona-argument vinden wij zonder meer valide.

3.       De niet-corona-argumenten vinden wij ook belangrijk, misschien nog wel belangrijker dan het corona-argument. Immers, de niet-corona-argumenten zijn algemener dan het corona-argument.

Intussen prijzen wij ons gelukkig dat we het kunnen hebben over de verdeling van een winst in plaats van over de verdeling van een verlies. Een felicitatie is in dat verband op zijn plaats.

TB/200513